DE WEBSITE GO4ANIMALS IS KLAAR

De website goforanimals is klaar. Ik wilde meteen de website toegankelijk maken. Met de ReadSpeaker WebReader is dit al goed gelukt.

Het toegankelijk maken van de website betekende ook niet al te streng naar mooie vormgeving kijken. Zowel tekst, foto en video moet dan doelgericht zijn. Zo is een video altijd Nederlands ondertitelt en staat de uitgeschreven tekst onder de video.

Dit kun je ook zien bij de video van het verdrag van Faro. Deze video is in opdracht van de overheid gemaakt. En zij hebben al lang de plicht om bij hetgeen wat ze uitgeven, dus ook een video, toegankelijk te zijn. Dit betekend natuurlijk extra werk. Dit heb ik dan ook met hetgeen wat ik ga maken. Verder is gekeken naar uitspraak van de teksten die ik gebruik. Zo is go4animals in teksten altijd geschreven als goforanimals. Dan is de uitspraak bij ReadSpeaker goed geformuleerd. Deze ziet 4 als getal en niet als onderdeel van een woord.

Dan even naar de teksten op de website. Ik ga ze nu altijd maken in drie kolommen zodat je niet al te lange zinnen krijgt. Lange zinnen zijn vaak moeilijk te lezen.

Dan de links die ik gebruik. Deze zijn altijd in het groen geschreven, en linken niet door naar een ander tabblad. Voor veel mensen is dit toch handiger. Ook al is het verstandiger om deze links in een ander tabblad te openen. Voor de toegankelijkheid is dit minder geschikt.

Natuurlijk is het niet mogelijk alles goed op een rijtje neer te zetten. Maar dat hoeft ook niet. Het begin is gemaakt. En ik ben blij deze keuze gemaakt te hebben. Als er nog vragen zijn over toegankelijkheid dan hoor ik het graag. Stuur dan gerust een mailtje naar go4animals@gmail.com

HET VERDRAG VAN FARO

Het Verdrag van Faro!

Wat is het Europese Verdrag van Faro?

Erfgoed brengt mensen samen en zorgt ervoor dat de omgeving, die snel verandert, vertrouwd blijft. Het Europese Verdrag van Faro benadrukt deze maatschappelijke en verbindende waarde van erfgoed en het belang van deelname door de samenleving. In nauwe samenwerking met erfgoedorganisaties onderzoekt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) daarom de komende jaren hoe burgerinitiatief en -participatie het beste kunnen worden gestimuleerd en gefaciliteerd.

De erfgoedgemeenschap centraal

Het Verdrag van Faro benoemt een beweging in de erfgoedsector die steeds sterker wordt: cultureel erfgoed als middel om maatschappelijke doelen te verwezenlijken. Denk aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die samen werken aan het onderhoud van een fort. Of bijvoorbeeld de Sint Maartensviering in Utrecht die zorgt voor sociale cohesie omdat verschillende groepen met elkaar in contact komen.

Voor de vele erfgoedinstellingen waar de mens al centraal staat, is het Verdrag van Faro een stimulans om verder te gaan op de ingeslagen weg. 

Voor overheden en erfgoedinstellingen die nog niet veel participatieprojecten hebben doorlopen, betekent het vaak een nieuwe manier van werken. Het filmpje onder aan de pagina toont ter inspiratie 3 Nederlandse praktijkvoorbeelden

De rol van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is een programma Faro gestart met als doel burgerinitiatief en -participatie tot een vanzelfsprekend onderdeel van de erfgoedpraktijk te maken.

Dit programma wordt in nauwe samenwerking met erfgoedorganisaties uitgevoerd en heeft als motto ‘leren door te doen’. Eerst zetten we een netwerk op van experts en gemeenschappen. 

In proefprojecten ontwikkelen we vervolgens gezamenlijk methoden en instrumenten waarmee overheden, erfgoedorganisaties en erfgoedgemeenschappen aan de slag kunnen in de praktijk.

De uitkomsten van het programma leveren een advies op aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over ratificatie van het Verdrag van Faro. Dit wordt begeleid door een implementatieplan waarmee het beleid rond burgerinitiatieven in de erfgoedsector kan worden uitgevoerd.

Hieronder de uitgeschreven tekst van de video:

*Vrolijke klassieke muziek speelt*

Voice-over:
Men neme een 19e-eeuws gebouw, wat Romeinse overblijfselen van een rivierbodem, of een fort uit de Hollandse Waterlinie. 

En dan heb je het: ons cultureel erfgoed. 

Maar eigenlijk is het niet baksteen, klei of hout dat Nederland vormt. Het is het samenwerken van mensen aan dat erfgoed, dat onze samenleving net dat stukje mooier maakt.

Kijk de erfgoedgemeenschappen enthousiast aan de slag. Het werken aan erfgoed helpt ze om dicht bij hun identiteit te blijven. 

Steeds meer mensen vinden daarom hun weg naar erfgoed.

Het Europese Verdrag van Faro biedt professionals in de erfgoedsector met een aantal basisprincipes handvatten om samenlevingen heel actief bij erfgoed te betrekken. 

De minister van OCW onderzoekt of Nederland het verdrag ook gaat ondertekenen.

Dat zou nog meer bijzondere erfgoedgemeenschappen kunnen helpen, zoals nu bijvoorbeeld al het Verhalenhuis Belvedère, Fort WKU en archeologieproject Over de Maas.

Sigrid van den Heuvel – Vrijwilliger werkgroep Over de Maas:

Hier achter mij is een hele grote zandwinplas.We vinden hier artefacten uit allerlei periodes.

In 2010, bij de start van dit project, waren er mensen met een metaaldetector en het bleek al vrij snel dat hier veel archeologische vondsten in de grond zaten. 

Allemaal lokale mensen hebben zich toen verenigd in samenwerking met de zandwinner. Aart Hiensch – Coördinator groen Fort WKU: 

Deze prachtige locatie maakt onderdeel uit van de Hollandse Waterlinie.

Wij hebben hier een theehuis, daarnaast hebben wij ook nog zalenverhuur en hebben wij een camping.

Er zijn hier mensen die werken met een verstandelijke beperking.

Er zijn hier mensen die werken met een psychiatrische achtergrond of mensen die zich niet staande kunnen houden in het reguliere werk. 

Linda Malherbe – Initiatiefnemer Verhalenhuis Belvédère:

Je bent in het eerste verhalenhuis van Nederland waar we de verhalen van mensen en gemeenschappen zichtbaar maken en allerlei mensen elkaar laten ontmoeten omdat wij denken dat die stad en die samenleving een stukje fijner wordt als je wat meer van elkaar weet.

Dus laten we Rotterdammers koken en ondertussen hun levensverhaal vertellen, maar het kan ook via een tentoonstellingsruimte waar we nu staan. 

Voice-over: 

Ze behoren tot families, deze mensen. Tot stammen, vriendenkringen, volkeren en buurten. 

Erfgoed, zeggen ze, geeft hen het gevoel onderdeel te zijn van een gemeenschap.Linda Malherbe – Initiatiefnemer Verhalenhuis Belvédère:Het Verhalenhuis staat in Rotterdam, in Katendrecht. 

Ik zeg altijd: het staat niet voor niks hier omdat dit de aankomstwijk, al van oudsher is in Rotterdam, waar alle zeemannen eerst aankwamen.

Dus eigenlijk alle migranten zijn via Katendrecht Rotterdam binnengekomen. 

Je merkt dat het Verhalenhuis een huiskamer is waar je op een veilige manier elkaar kunt leren kennen.

Het is echt wat deze plek is, een verbindingshuis. 

Aart Hiensch – Coördinator groen Fort WKU:

De meeste deelnemers die hier komen kunnen hier aan dingen werken die ze buiten het fort niet zouden kunnen doen. 

Enerzijds hebben wij het groen, daarnaast de horeca. 

Omdat ze hier allemaal aan dezelfde werkzaamheden bezig zijn gaan ze zich met elkaar verbinden.

En door het werk gaan ze contact met elkaar maken, iets dat ze in het normale leven niet zouden doen.

Voice-over: 

Samen zijn ze aan het werk. 

En dan voelen ze zich ook samen verantwoordelijk voor het resultaat. 

Het gaat bij erfgoed niet om steentjes, maar iedereen draagt wel het zijne bij: burgers, bedrijven en gemeenten.

Sigrid van den Heuvel – Vrijwilliger werkgroep Over de Maas:

In dit project zijn een heleboel partijen betrokken: de zandwinners, natuurorganisaties en wij als vrijwilligers. 

Iedere dag zitten mensen van onze werkgroep de hele dag met een schepnet vondsten te vissen. 

Het is heel bijzonder, vind ik, dat ook het enthousiasme van de mensen die hier werken in de loop der jaren gewoon heel erg is toegenomen en wij ook gebeld worden als zij iets gevonden hebben of ergens op stuiten. 

Aart Hiensch – Coördinator groen Fort WKU:

Het fort is een unieke samenkomstplek. De deelnemers hier krijgen steeds meer zelfvertrouwen op het fort.  

Gaandeweg leren ze dat door hun bijdrage het fort zich ook weer ontwikkelt voor de bezoekers en deelnemers hier.

Voice-over:

Ze hebben verhalen in overvloed. 

En met erfgoed kunnen de mensen in de gemeenschap hun eigen verhaal vertellen. Allen tezamen vormen ze één samenleving, maar daarbinnen is ruimte voor de eigenheid van diverse gemeenschappen. Door hun verscheidenheid zijn ze één. 

Sigrid van den Heuvel – Vrijwilliger werkgroep Over de Maas:

Ik merk dat mensen echt aangeraakt worden door het feit dat zij een bijdrage kunnen leveren aan het ontdekken van hun eigen geschiedenis. 

En het maakt ze op een bepaalde manier bewust en trots van het feit dat zij daar onderdeel van zijn.

Linda Malherbe – Initiatiefnemer Verhalenhuis Belvédère:

Rotterdam heeft meer dan 175 nationaliteiten, we houden het wel bij. Dus we zijn nu op nummer 62 

Zij zien dit huis als hun huis waardoor mensen hier zelf binnen komen wandelen en denken: oh, ik wil hier ook een feestje geven.

Dat is wat zo fijn is aan dit huis, dat er heel veel mensen mee gaan doen en het vanzelf dragen eigenlijk. 

Voice-over: 

Dus zie hier, wat het samenwerken met erfgoedgemeenschappen vermag. 

Het levert ze onderlinge verbondenheid, betekenisvol erfgoed en misschien zelfs wel een betere samenleving op. 

En met hun erfgoed krijgen ze dat voor elkaar.

Eindtitel: 

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.Geproduceerd door de Rijksoverheid. 

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

HEEFT U WEL EENS VAN EEN KWEEKBURGER GEHOORD?

Heeft u wel eens van een kweekburger gehoord?

We eten met z’n allen vlees. Bij Mosa Meat een spin-off van de Universiteit Maastricht wordt door zo’n 50 wetenschappers en ingenieurs gewerkt aan de ontwikkeling van kweekvlees.

Dit vlees wordt gemaakt van koeiencellen. En voor de kweek van dit vlees hoef je geen koe te slachten.

Op de foto is professor Mark Post van de Universiteit van Maastricht te zien met de eerste hamburger gemaakt van gecultiveerd rundvlees. Deze is in 2013 gepresenteerd.
De foto is van David Parry PA.
 

De voordelen van kweekvlees.


Kweekvlees kan helpen de komende voedselcrisis op te lossen en klimaatverandering tegen te gaan. De commerciële productie van kweekrundvlees zou binnen tien tot twintig jaar van start kunnen gaan. 

In de video een interview met Mark Post en Peter Verstrate door Brightlands.

Brightlands is een open innovatiegemeenschap in een wereldwijde context en verbindt vier campussen in de provincie Limburg.

Voor meer informatie over dit unieke project : Mosameat

WAAROM PAST HET NK MAASHEGGENVLECHTEN BIJ HET VERDAG VAN FARO?

Een oude traditie in ere hersteld.

In het artikel ‘Het verdrag van Faro‘ lees je precies wat dit verdrag inhoud. Een duidelijk voorbeeld zijn de maasheggen die worden gebruikt als afscheiding van stukken land. Tegenwoordig vervangen door schrikdraad en prikkeldraad. Maar door het NK Maasheggenvlechten blijft de kennis van de techniek over het maasheggenvlechten bewaard.

HET NK MAASHEGGENVLECHTEN

Elke tweede zondag in maart organiseert Marius Grutters met de Stichting Landschapsbeheer Boxmeer het Nederlands Kampioenschap Maasheggenvlechten. Een evenement waar duizenden mensen uit de regio op af komen.

Met het NK Maasheggenvlechten blijft de kennis bewaart over het heggenvlechten.

Wat is heggenvlechten precies?

Heggenvlechten is een ambacht waarbij heggen volgens een bepaalde techniek in elkaar worden gevlochten, zodat ze een natuurlijke afscheidingswal vormen en het vee tegenhouden. Het ambacht bestaat al eeuwen. Zo zijn er documenten uit het begin van onze jaartelling waarin heggenvlechten ter sprake komt. We vinden deze vooral terug in de hoger gelegen delen van ons land. Dit omdat het water te laag staat om sloten als afscheiding te gebruiken. In de afgelopen decennia hebben schrikdraad en prikkeldraad veel van dit soort heggen vervangen.

Eind vorige eeuw was het heggenvlechten bijna verdwenen, maar inmiddels staat het weer volop in de belangstelling.

Dat komt mede doordat landschapsbeheerders opriepen om nieuwe houtwallen en heggen aan te leggen als leefgebied voor de met uitsterven bedreigde das. Begin deze eeuw werden daarom Engelse heggenvlechters naar Nederland gehaald om vlechtdemonstraties te geven.

In navolging van deze eerste initiatieven van onder meer de Stichting Heg en Landschap en IVN de Maasvallei te Boxmeer, leeft het ambacht op.

Inmiddels is het heggenvlechten zelfs erkend als immaterieel UNESCO-werelderfgoed

Hoe is het ambacht van het Maasheggenvlechten weer opgepakt?

De opa van Marius Grutters was hechtenvlechter in de Maasheggen. Dat bestaat uit verschillende natuurgebieden aan de Maas in Limburg, Noord-Brabant en Gelderland. “Mijn opa had een boerderij die te klein was om van te leven en ging in de winters heggenvlechten bij andere boeren, zo vertelde mijn moeder mij.” Toen Grutters er zo’n twintig jaar geleden achter kwam dat er in de Maasheggen nieuwe heggen werden aangelegd met de Engelse vlechtwijze, kwam hij in actie. “Ik vond dat cultuurhistorisch niet verantwoord.” Elke streek kende vroeger zijn eigen techniek van heggenvlechten. De stijl wordt mede bepaald door het soort struiken, het soort vee en de omstandigheden.

Het is in de uiterwaarden van de Maas belangrijk dat het vlechtwerk bestand is tegen de enorme kracht van het rivierwater tijdens overstromingen. De Engelse vlechtmethode is volgens Grutters minder duurzaam omdat daarbij ook dode materialen van elders worden gehaald en met de heg worden vervlochten. De heg houdt daardoor ook minder lang stand. “Heggenvlechten is letterlijk en figuurlijk vervlochten met de streek en het verbindt natuur- en cultuurhistorie met elkaar.

Daarom ben ik toen onderzoek gaan doen naar de gebiedseigen vlechtwijze in de Maasheggen.”

Hieronder de video over het NK Maasheggenvlechten met de uitgeschreven tekst. Daarna gaat de tekst verder van het artikel.

Hieronder de uitgeschreven tekst van de video

*Muziek speelt*

Het Maasheggengebied is een gebied van ongeveer 2000 hectare groot en er staat 200 kilometer heg. Beeldtekst: Het Verdrag van Faro in de praktijk Marius Grutters – Organisator NK Maasheggenvlechten: In het verleden was er geen prikkeldraad, zoals het er nu is, dus daar hebben de boeren iets op bedacht. Om dat vee tegen te houden is gaan vlechten, de heggen. Het heggenvlechten stamt uit de middeleeuwen. 

 

Het heggenvlechten stond op uitsterven maar nu is het helemaal levend geworden. Tegenwoordig organiseren wij het Nederlands kampioenschap Maasheggenvlechten en dat wordt elke tweede zondag van maart gehouden. Er doen ongeveer 45 teams mee aan het kampioenschap en dan probeer je na een aantal uren die heg gevlochten te hebben. Er doen bijvoorbeeld wethouders en de burgemeester van Boxmeer doen mee, er doen waterschappen mee. Er doen familieteams mee, buurten doen er mee. Het geeft gewoon een bepaalde verbinding met elkaar. 

Heggenvlechten is een middel voor de hele gemeenschap om een beetje trots te worden, hier op het gebied.

Logo Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed – Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Beeldtekst: Erfgoed maak je samen!

Het onderzoek van Marius Grutters

Grutters sprak met veel oude boeren en boerinnen uit de regio die hem konden vertellen over het traditionele heggenvlechten in Nederland. “Ik was net op tijd om hun verhalen op te kunnen schrijven”, zegt hij. “Maar ik dacht ook vaak: was ik er maar op mijn twintigste mee begonnen, dan had ik nog veel meer verhalen uit de eerste hand kunnen ophalen.” Op basis van deze interviews, literatuuronderzoek en het vlechtwerk dat hij in de Maasheggen zelf vond, schreef Grutters een instructie voor het Maasheggenvlechten. Ook kocht hij een paar hectare land in het gebied, dat verder door Staatsbosbeheer en boeren wordt onderhouden. Samen met een paar andere geïnteresseerden ging hij daar zelf vlechten. “Maar we realiseerden ons ook dat we alleen hiermee het ambacht niet in leven konden houden.”

Waarom past het NK Maasheggenvlechten bij het Verdrag van Faro?

Waarom past het NK Maasheggenvlechten bij het Verdrag van Faro?  Het Verdrag van Faro benadrukt dat iedereen het recht heeft om te helpen bij onderzoek naar en bescherming, bewaring en presentatie van cultureel erfgoed. Dat gebeurt ook met deze bijzondere wedstrijd.

Het verdrag benadrukt daarnaast de verbindende waarde van erfgoed en ook dat zien we terug tijdens het NK. De deelnemers komen uit alle lagen van de bevolking en het evenement trekt duizenden bezoekers.

De RCE en het Faro-programma

De RCE volgt projecten en initiatieven als het NK Maasheggenvlechten met veel interesse. Niet alleen omdat dergelijke initiatieven andere projecten kunnen inspireren, maar 

ook omdat ze een belangrijke bron zijn voor de uitvoering van het Faro-programma.

Met dit programma onderzoekt de RCE de voorwaarden en gevolgen van ratificatie van het Verdrag van Faro. Dit verdrag stelt niet het erfgoed maar de mens centraal en draagt als titel: De Verbindende waarde van erfgoed’. Participatie staat hierbij centraal. Daarom is het doel van de Rijksdienst dat over tien jaar initiatieven uit de samenleving en participatie een vanzelfsprekend onderdeel van de erfgoedpraktijk zijn.

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

HOMMELS ZOEKEN HOOGTE OP

Hommels zoeken steeds vaker de hoogte op:
een verandering in verspreiding in de Pyreneeën over 115 jaar.

Naarmate het klimaat opwarmt, verplaatsen planten die van lagere temperaturen houden zich steeds meer bergopwaarts. Hun bestuivers bewegen mee – als dat lukt, tenminste. Onderzoekers van Naturalis Biodiversity Center vergeleken hun bevindingen uit het veld met een onderzoek uit 1889, en maken zich zorgen over soorten die ‘van de top van de berg afvallen’.

beschrijving foto:

Op de foto is een hommel te zien. De latijnse naam van deze soort is Bombus gerstaeckeri. Deze hommel een mannetje brengt een bezoek aan de gastheerplant, Aconitum napellus. 

Bron foto: Nicolas J. Vereecken, Université Libre de Bruxelles.

Stoffige Datasets.

In 1889 deed bioloog Julius MacLeod onderzoek naar planten en hommels in de Pyreneeën. Ecoloog Koos Biesmeijer van Naturalis dook de oude dataset op, en deed veldwerk om te kijken hoe de situatie er meer dan honderd jaar later voorstond. Langetermijnonderzoeken naar biodiversiteit zijn namelijk cruciaal om de effecten van klimaatverandering in kaart te brengen. “Het toont mooi aan dat er waarschijnlijk veel datasets in lades liggen te verstoffen, die mogelijk interessante resultaten opleveren”, vertelt hoofdonderzoeker Leon Marshall, van Naturalis en de Université Libre de Bruxelles. 

Verontruste Opwarming

Rekenmodellen vertelden de onderzoekers onder meer iets over de opwarming van de gemeente Gavarnie-Gèdre in de Pyreneeën, aan de Frans-Spaanse grens. De regio bleek aanzienlijk opgewarmd sinds het einde van de negentiende eeuw, meer nog dan het wereldwijd gemiddelde.

“De effecten van klimaatverandering nemen in de bergen extremere vormen aan. Hooggelegen gebieden zijn daarom belangrijke gebieden om de effecten van klimaatverandering te testen. Temperatuurstijgingen kunnen in de bergen over relatief korte afstanden voorkomen, waardoor de biodiversiteit meer onder druk komt te staan”, legt Marshall uit.

Biodiversiteit onder druk

De verplaatsing van soorten naar hoger gelegen gebieden leidt tot een toename van soortenrijkdom op koelere hoogtes. Meer soorten betekent ook meer onderlinge concurrentie. Die druk kan ertoe leiden dat soorten uit de koelere gebieden ‘van de top van de berg afvallen’, als geschikte omstandigheden niet langer bestaan.

De studie vond inderdaad een verplaatsing van de bestudeerde planten en hommels naar hogere hoogtes, van respectievelijk 229 en 129 meter. 

Het lijkt erop dat de hommels niet even snel mee kunnen bewegen. “Dit vormt een direct gevaar wanneer van elkaar afhankelijke soorten de verplaatsing niet gelijktijdig ondergaan” benadrukt Marshall. Sommige soorten kunnen simpelweg niet zonder elkaar. Bepaalde planten zullen hun bestuivers missen, en de insecten hun voedsel, of allebei.

beschrijving foto:

Foto is van ecoloog Koos Biesmeijer, Naturalis Biodiversity Center. Op deze foto zie je dat hij bezig is met onderzoek in de Pyreneeën

Ongelijke verplaatsing

Over het algemeen verplaatsen planten zich dus eerder omhoog dan de bestudeerde hommelsoorten. Deze achterstand kan ertoe leiden dat bepaalde hommels hun dieet moeten aanpassen of uitbreiden, en dat onderlinge interacties verstoord worden. “En aangezien de meeste soorten generalisten zijn, lijken ze hiertoe in staat”, legt Marshall uit. “Echter bepaalde soorten, zoals Bombus gerstaeckari, kunnen hun dieet niet veranderen en worden daarom gedwongen om te schakelen in hun voedselbron.”

De gespecialiseerde bestuiver loopt hier dus het meeste risico, vanwege zijn specifieke voedingsgewoonten. “Gelukkig is de kans op uitsterven op de korte termijn onwaarschijnlijk. De soorten kunnen echter beperkt worden tot kleinere habitats die minder onder druk staan.

Grip op klimaatverandering

De resultaten laten zien dat het dringend nodig is om te begrijpen hoe we deze belangrijke hommels op grote hoogten kunnen behouden. De studie maakt de wetenschappers van Naturalis nieuwsgierig naar meer.

“We zijn van plan om samen met andere onderzoekers soortgelijke studies te doen.

We denken dat er voortdurend verschuivingen hebben plaatsgevonden, en dat deze zijn versneld als gevolg van de invloed van de mens op het klimaat. Het vinden en herhalen van dit soort onderzoeken is fundamenteel voor ons begrip van klimaatverandering en zijn gevolgen. Het vormt een beginsel van waaruit we veranderingen kunnen afleiden”, eindigt Marshall. 

Bron van dit artikel: naturalis.nl
gepubliceerd op 17 november 2020. Het artikel is geplaatst in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society B. Officiële titel: ‘Bumblebees moving up: shifts in elevation ranges in the Pyrenees over 115 years’.